Ik ben kapot.
Ka
Pot.
De afgelopen 48 uur waren vreselijk vermoeiend.
Maar zo de moeite waard.
Ik ben op de vlakte van Arafat geweest, heb steentjes geraapt in Muzdalifah, ben naar Mina gelopen en heb de duivel gestenigd.
Tussendoor dacht ik dat ik dood zou gaan en ik heb mezelf laten fotograferen op een kameel. Terwijl ik de fotograaf filmde.
Zondag rond 17u vertrokken we in bussen naar Arafat. Daar staat een van de grootste tentenkampen ter wereld: elk land zijn eigen tentenkamp. De bedoeling is dat je een nacht al biddend, peinzend, mediterend doorbrengt. Arafat is afgeleid van het woord: kennen.
Onze imam (wederom die Mehmet, hij is echt supergoed: citeert om de haverklap Mevlana en ik ben dol op Mevlana) legde me uit:
'Kijk, als ik aan je vraag hoe het met je is, dan is je standaard antwoord waarschijnlijk: ja wel goed, druk, werken, etcetera.
Maar hier moet je stoppen, wachten, nadenken over wie je bent en wat je doet. Want of jij er nu bent of niet, de wereld draait toch wel door. Want in het kosmische verband zijn wij niets, onbelangrijk, wij stellen niets voor. En daarom is dit de uitgelezen plek om daar eens goed over na te denken.'
Hoe dat er praktisch uit ziet?
Duizenden tenten. Met smalle paadjes er tussen en gevuld met pelgrims. Het Turkse terrein telde 140.000 pelgrims.
Dat is een stad ter grootte van Maastricht.
Maar dan met tenten in een zanderige, bijna woestijnachtige omgeving.
Wij sliepen met ongeveer 60 man in een tent, maar van slapen was weinig sprake.
Ten eerste: ik was de enige die niet snurkte.
Serieus.
Ten tweede: het was te heet om te slapen.
Ten derde: de muggen.
Nu kun je voor dat derde allerlei oplossingen verzinnen, bijvoorbeeld een muggenzalfje, maar:
we waren in Ihram (de gewijde staat, waarin allerlei verboden gelden, zoals het doden van dieren. Dus ook muggen.)
Het was alsof de duivel er mee speelde.
Na een korte nacht (toch nog een uurtje kunnen tukken en badend in het zweet wakker geworden) ging ik richting toiletten om mezelf op te frissen en mezelf te wassen voor het ochtendgebed. Je moet weten dat het leven in Saudi Arabie ook tijdens de Hac draait rond de vijfmaal daagse gebeden. Ik had nog twintig minuten en kwam in een lange rij te staan.
De toiletten waren ronduit belachelijk smerig. Quelle horreur! En dan sta je stil bij hoe slecht de Saudi's het eigenlijk geregeld hebben. Voor een land met zoveel olie, zoveel rijkdom, zijn ze wel erg slecht uitgerust. Een infrastructuur van niks, nul, nada. Publieke werken: de vuilnisdienst bestaat uit slechtbetaalde Bengalen en Sudanezen die onderbetaald zijn (lees: niet betaald, ze leven van fooien). Ik had hier een gesprek met een haci over en die zei om me op te beuren:
Ach, als de heilige steden in Frankrijk of Nederland waren geweest dan was het niet alleen vies, maar ook heet, koud, nat of winderig geweest. Hier is het alleen heet en vies. Allah weet wat hij doet!
Na het ochtendgebed, rond 06.00u, werd er een ontbijt uitgedeeld en hadden we tijd voor onszelf. Het beviel me uitstekend. Ik had de afgelopen nacht al geprobeerd om mezelf af te sluiten, tot mezelf te komen en daadwerkelijk na te denken over waar ik nu sta in het leven. Ik ben 28, ongehuwd, leef gelukkig samen, heb een super grote familie en vriendengroep, word omringd door alleen maar mensen die mij liefhebben en die ik liefheb, kortom: ik mag absoluut niet klagen. Maar wanneer ik verder denk kom ik toch bij een aantal fundamentele levensvragen. Ik zal ze bewaren voor de voorstelling.
Ronduit gezegd, ik heb bij Arafat een goede poging gedaan mezelf te kennen. Ja.
Om 09u begon het programma dat de Islamitische Stichting Turkije (want daar vallen wij ook onder) had voorbereid. Vanuit luidsprekers klonken preken (inhoudelijk zeer sterk) koranverzen (ik versta natuurlijk niet alles, maar ik raakte wel op een aantal momenten in 'vervoering' door de manier van reciteren; je kent het wel, melodieus kan het waanzinnig zijn) en verschillende kasides en ilahis (religieuze gezangen in het Turks). Die laatste waren wederom van zeer hoge vocale kwaliteit. Heb een aantal audio opnames kunnen maken.
Na het middaggebed was het moment voor het Vakifgebed aangebroken. Vakif betekent ongeveer zoveel als: staan en wachten.
Ik verwijs weer naar de woorden van imam Mehmet:
sta stil, wacht en ken uzelf.
Het gebed werd voorgegaan door, aan zijn stem te horen, een oude man. Het was prachtig. Ik kan me niet alles letterlijk voor de geest halen, maar een aantal woorden die zo voorbij komen zijn: 'U bent hier niet voor niets, een stem in uw binnenste heeft u geroepen en u bent gekomen als gasten van God.'
Het hele gebed duurde een half uur. We stonden met onze handen opengevouwen in gebed, 140.000, nee miljoenen pelgrims, ieder in zijn eigen tent op zijn eigen terrein en we baden om vergiffenis, zegeningen voor onzelf, onze vrienden, onze families.
Ik stond naast mijn vader. Op zeker moment barstte hij in tranen uit.
Vrienden. Het was zo diep ontroerend. Ik heb die man nog nooit zien huilen en nu stroomden de tranen over zijn wangen, ik hoorde hem snikken en ik kon hem niet troosten. Het was zijn moment, zijn gebed.
Ik deed alsof ik het niet zag, concentreerde me op weer op het gebed, hoorde de woorden, sloot mijn ogen en werd me bewust van het feit dat er nu met zijn allen een gebed richting Allah opsteeg en we hierna zo zuiver als 'Kinderen uit hun moeders' schoot' verder zouden leven. Ik dacht aan mijn lief, aan mijn moeder, aan mijn zus, mijn broer en zijn gezin, aan iedereen, ja ook aan jou en ik dacht 'ik bid! ik bid voor iedereen die ik ken en die ik ga kennen!'
Ach ja. Ik raakte mezelf kwijt. En dat is precies de bedoeling.
Want dan kan ik mezelf ook weer (her)vinden.
Toch?
Aan het eind van dit gebed feliciteerde iedereen elkaar: alle pelgrims op ons terrein!
Waanzinnig!
We waren haci's.
En wat toen volgde was een opeenstapeling van wachten, stress, doodsangsten en paniek.
Het duurde uren tot onze bussen er waren.
Er was geen water meer.
Het was verschrikkelijk heet.
Toen de bussen er eenmaal waren, bleken ze te klein.
Na ik weet niet hoe lang kwamen we bij Muzdalifah. Ook daar werd er gebeden en daarna konden we stenen verzamelen om duivel mee te stenigen. Niet kleiner dan een kikkererwt en niet groter dan een hazelnoot moeten die steentjes zijn.
Het terrein waar we dit deden was speciaal voor de Turkse pelgrims. Afgebakend met hekken. Naast het terrein liep een drukke weg waar een enorme file stond. Bussen vol met pelgrims reden stapvoets voorbij.
Toen iedereen eenmaal zijn stenen had verzameld (rond de 50) ging het te voet naar Mina.
En toen dacht ik dat ik dood ging.
We raakten in de verdrukking. Meerdere groepen moesten door een poort ter breedde van vier meter. En er moesten ook nog bussen langs.
Wat een chaos. Wat een kutzooi! (ik mag vloeken,ik ben niet meer in ihram! sorry!)
Het begon met een aantal vrouwen die flauwvielen, we stonden zo dicht op elkaar gepakt, het was zo heet en er was zo geen water! Op zeker moment werd er geroepen: 'Maak ruimte, maak ruimte, er sterft hier iemand!'
Pelgrims begonnen onderling ruzie te maken, er werd geroepen, gescholden, geduwd. Saudische veiligheidsmedewerkers werden omver gelopen, ik raakte iedereen kwijt, mijn vader, mijn groep. Ik werd voortgeduwd door onbekende pelgrims, op een gegeven moment raakte ik met mijn voeten de grond niet meer, kreeg geen adem, raakte in paniek, riep in het Turks: 'Neeneenee! Niet doen stopstopstop!' daarna in het Nederlands tegen mezelf: 'Ooooneeeeeee!' en ik ben een jonge vent van 28.
Er liepen daar bejaarden rond.
Ik kwam uiteindelijk door die poort. Ik weet niet meer hoe, stapte met mijn voet in iets weeks en warms en dacht 'fuck it ik ben hier weg!' en liep door, zo snel mogelijk.
Verderop kwam ik een paar haci's uit onze groep tegen. Ze waren bekaf.
We zochten water, vonden niks en dachten na over wat te doen.
Uiteindelijk kwamen er twee imams van andere Nederlandse groepen bij ons en namen ons op sleeptouw.
Ik was met hen de enige jongeman, de rest bestond uit bejaarden.
De tocht duurde 4 uur.
Ik gooide zeven stenen naar de duivel, kon me op tijd concentreren op dat waar ik afstand van wilde nemen, schoot in de lach door hoe iemand achter mij de duivel uitschold, liep vervolgens nog een uur door, haalde intussen zoveel mogelijk water voor iedereen, nam twee bejaarden onder mijn hoede en ging om een uur of 8 naar bed. Ik was doodop, vreselijk, ik kon wel janken, maar toch was ik absoluut voldaan.
Wat een ervaring. Wat een avontuur.
Intussen ben ik wat bijgekomen.
Het is Offerfeest, het schaap dat ik heb gekocht is geslacht.
Straks gaan we naar de Kaaba voor nog een ommegang.
Ik heb geen tijd meer om wat ik heb geschreven na te lezen, morgen post ik iets 'netters'.
Veel groeten
assalaamaleikum
Sadettin